Naar aanleiding van het rapport over contact met wol en schapen zijn er kamervragen gesteld. In reactie hierop geeft de minister aan dat zij de mening om geen schapen meer toe te laten op kinderboerderijen niet deelt.
"Kinderboerderijen bieden een unieke manier om kinderen in contact te brengen met dieren, om kennis over te dragen over verzorging van dieren en om kinderen te leren omgaan met dieren. Daarbij past ook dat omgaan met dieren risico’s met zich mee kunnen brengen en dat risico’s kunnen worden verkleind door goede hygiëne. Ik zal het advies onder de aandacht brengen bij de Stichting Kinderboerderijen Nederland (SKBN), zodat zij op basis van het advies eventueel de voorlichting aan bezoekers kunnen aanscherpen." aldus de minister.
Tevens geeft de minister aan dat waar mensen en dieren samenkomen, er altijd een risico bestaat dat ziekten van dier op mens overgaan. Maar dat is onvoldoende reden om contacten tussen mensen en dieren te verbieden. Beter kunnen mensen zelf voorzorgsmaatregelen (zoals het wassen van handen na contact met dieren) nemen om zich te beschermen tegen eventuele ziekten. Maar burgers dragen zelf de verantwoordelijkheid om in geval van contact met dieren de hygiëne-adviezen na te leven, waarmee ziektes voorkomen kunnen worden. De kinderboerderijen en organisatoren van evenementen hebben de verantwoordelijkheid om bezoekers goed te informeren over eventuele risico’s en te wijzen op maatregelen ter preventie van ziekten (zoals het wassen van de handen na contact met de dieren). Specifiek voor Q-koorts heeft de overheid aanvullende maatregelen opgesteld.