HomeNieuws Agenda Zoeken Contact

Het Ministerie van EL&I heeft een nieuwe factsheet gepubliceerd met daarin alle (verplichte) maatregelen en adviezen voor geiten- en schapenhouders. Ook voor kinderboerderijen. Hieronder zijn deze maatregelen te vinden voor bedrijven met een publieksfunctie.

De definitie van een bedrijf met een publieksfunctie is 'Een locatie waar schapen en geiten worden gehouden
die is opengesteld voor publiek met het oogmerk om direct contact tussen publiek en dieren te faciliteren'. Hier
vallen naast kinderboerderijen, zorgboerderijen, dierentuinen, bedrijven die lammetjesaaidagen organiseren
ook bijvoorbeeld campingboeren en zorginstellingen met schapen en geiten onder.

Verplichte maatregelen:

  • Meldplicht: Op grond van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD) zijn houders en dierenartsen verplicht verschijnselen van een besmettelijke dierziekte te melden bij de nVWA. Abortussen is één van de kenmerken van Q-koorts op een geiten- of schapenbedrijf. Daarom moeten geiten- of schapenhouders abortussen melden bij de nVWA. Na melding doet de nVWA onderzoek op het bedrijf. Onderdeel van dit onderzoek is een test op de aanwezigheid van de Qkoortsbacterie.
     
  • Vaccinatieplicht: alle schapen en geiten op bedrijven met een publieksfunctie moeten vóór 1 januari 2012 zijn ingeënt tegen Q-koorts en vervolgens weer vóór 1 augustus 2012 (in de kalenderjaren daarna óók voor 1 augustus). Dieren die vóór 1 januari 2012 nog jonger zijn dan 3 maanden en dan nog niet gevaccineerd kunnen worden moeten in ieder geval drie weken voordat ze een dier dekken of gedekt, geïnsemineerd of afgevoerd worden, zijn gevaccineerd.

    Vaccinaties van ieder dier moet worden vastgelegd in het I&R systeem door de veehouder. Tevens moeten veehouders een vaccinatieformulier invullen en deze mede laten ondertekenen door hun dierenarts. Het formulier moet samen met de dierenartsfactuur twee jaar op het bedrijf bewaard worden. Schapen en geiten die voor het eerst gevaccineerd worden, moeten tweemaal worden ingeënt met een tussenpoos van tenminste 3 weken. Hetzelfde geldt voor dieren die langer dan een jaar geleden gevaccineerd zijn. Als de dieren gevaccineerd worden binnen een jaar na de vorige vaccinatie, volstaat één herhalingsvaccinatie. De vaccinatieplicht geldt niet voor dieren die in het eerste levensjaar worden geslacht en die niet ingezet worden voor de fok.
     
  • Gescheiden aflammeren: schapen en geiten moeten tijdens het lammeren binnen gehouden worden en worden afgezonderd van bezoekers. Als een kinderboerderij of ander publieksbedrijf niet de beschikking heeft over een dergelijke ruimte, is het bedrijf verplicht de drachtige geiten en schapen af te laten lammeren op een locatie zonder publieksfunctie. Deze dieren mogen na aflammeren terug naar de locatie waar ze vandaan kwamen.
     
  • Aanvoerbeperkingen: Alleen tijdig en volledig gevaccineerde dieren mogen worden aangevoerd. Als er (nog) geen vaccinatieplicht geldt, zoals voor dieren jonger dan 3 maanden, mogen de dieren ook ongevaccineerd worden aangevoerd.
     
  • Identificatie en Registratie (I&R): schapen en geiten moeten binnen zes maanden na hun geboorte worden geregistreerd in het I&R systeem. Verder moet per dier worden vastgelegd of het dier is gevaccineerd (binnen drie werkdagen na vaccinatie).

Adviezen:

  • Hygiëneprotocol: In het 'Hygiëneprotocol voor geiten- en schapenbedrijven met een publieke functie' staan adviezen voor kleinschalige bedrijven zoals kinderboerderijen, zorgboerderijen, dierentuinen, en bedrijven met lammetjesaaidagen. De adviezen zijn bedoeld om de risico's van overdracht van Q_koorts van schapen en geiten naar mensen te beperken. Het hygiëneprotocol heeft betrekking op vaccinatie, aflammerperiode, aankoop en fok, mest en strooisel en algemene hygiëne. 

Download hier de factsheet (Update 24 november)