HomeNieuwsAgendaZoekenContact
SKBN5.png
Q-koorts
Q-koorts Journaal

Als er onverhoopt Q-koorts op de kinderboerderij wordt aangetoond, dan adviseert de SKBN het volgende te doen.


Neem contact op met de bevoegde instanties

Indien er een vermoeden van besmetting of een besmetting is op uw kinderboerderij, neem dan direct contact op met de GGD en meld dit aan de VWA. In overleg met de GGD en de gemeente zal er een actieplan uitgevoerd moeten worden. Dit is maatwerk, maar de SKBN kan u hier wel in adviseren.

Bij constatering van Q-koorts heeft zowel u als dierhouder, als de arts en de dierenarts meldplicht. Lees meer over meldplicht.

De kinderboerderij tijdelijk sluiten

Er kan bij een (vermoedelijke) besmetting voor gekozen worden om de kinderboerderij preventief (tijdelijk) te sluiten. Dit geeft de locatie en de gemeente de tijd om de omvang en ernst van de besmetting en situatie vast te stellen. Dieren kunnen dan (nogmaals) getest worden en in quarantaine geplaatst worden.

Het is van belang dat de kinderboerderij zich realiseert dat ze een publieksfunctie heeft. Het sluiten van het bedrijf moet dus gezien worden als tijdelijke oplossing. Kinderboerderijen zijn er juist om kinderen (en volwassenen) in contact te laten komen met de dieren. Als de geiten en lammeren alleen van een afstandje bekeken kunnen worden, gaat dit ten koste van de functie van de kinderboerderij. Overigens garandeert een gesloten kinderboerderij niet dat de Q-koorts zich niet verder kan verspreiden. Deze kan zich via de lucht vele kilometers verplaatsen.

Maatregelen voor personeel

Werkt u op een besmet bedrijf, dan gelden voor medewerkers de volgende maatregelen:

  • Laat geen zwangere medewerkers toe op het bedrijf
  • Laat geen werknemers uit de risicogroepen (met een verlaagde weerstand en hartpatiënten) toe op het bedrijf
  • Laat zo weinig mogelijk medewerkers in de stal komen waar de besmette dieren zich bevinden
  • Pas goede handhygiëne toe
  • Neem geen werkkleding en andere besmette voorwerpen mee naar huis.
  • Neem hygiënemaatregelen
  • Licht het personeel en de bezoekers voor

Maatregelen m.b.t. de besmette schapen en geiten

Hieronder vindt u ons advies om te doen bij een besmetting. Maatregelen op een kinderboerderij zullen (meestal) in samenwerking met de gemeente, GGD, dierenarts en andere betrokken partijen genomen worden.

Besmette en verdachte (drachtige) dieren dienen altijd in quarantaine geplaatst te worden! Scheid indien mogelijk de besmette en niet-besmette dieren.

De besmette dieren behandelen

De werkzaamheid van antibiotica bij de behandeling van Q-koorts bij kleine herkauwers is onduidelijk. Bij de behandeling van hobbydieren, zoals op een kinderboerderij, zijn er wel mogelijkheden, omdat de dieren niet voor de voedselproductie gehouden geworden en de te behandelen aantallen dieren zijn laag. Maar de behandeling is over het algemeen een langdurige aangelegenheid is en bovendien het meest effectief vlak na de besmetting. Daarnaast is er nog niet voldoende bekend over het effect van de behandeling. Omdat de dieren tijdens deze behandeling wel op de kinderboerderij staan, is dit geen wenselijke optie.

De besmette dieren in laten slapen

Indien besmetting met de Q-koorts bacterie is vastgesteld, adviseert de SKBN om alle besmette dieren in te laten slapen en af te laten voeren door Rendac. Dieren die besmet zijn met Q-koorts hebben een verhoogde kans op een abortus of vroeggeboorte. Omdat de meeste kinderboerderijen zich in een woonwijk bevinden, kunnen er bij een (onverwachte) abortus of vroeggeboorte veel mensen in contact komen met de bacterie.

Het langdurig sluiten van de kinderboerderij ziet de SKBN niet als alternatief, omdat de kinderboerderij er juist is voor dat (directe) contact met de dieren, niet om ze van afstand achter een hek te zien staan. Daarnaast worden kinderboerderijen veelvuldig bezocht door kinderen en ouderen, maar ook door zwangere vrouwen en mensen met een verminderde weerstand. Dat zijn de groepen uit de zogeheten ‘risicogroep’ voor Q-koorts. Bij abortus –en bij de bevalling- worden grote hoeveelheden van de Q-koorts bacterie uitgescheiden. Daarom meent de SKBN dat het niet verantwoord is om deze dieren nog op de kinderboerderij te huisvesten. Maar ook niet-drachtige dieren scheiden de bacterie uit, onder andere via de mest. Omdat juist op kinderboerderijen mensen het directe contact hebben met de geiten, maar ook met het strooisel en de mest, is het advies om ook deze besmette niet-drachtige dieren te ruimen. Ook voor het gevoel van veiligheid naar het publiek toe.

Maatregelen m.b.t. de omgeving

Nadat u de besmette dieren in hebt laten slapen, zorg er dan ook voor dat de stal goed gereinigd en ontsmet wordt en de mest afgevoerd naar de verbrandingsoven, omdat de Q-koortsbacterie zich ook in de omgeving bevind.

Er is geen pasklaar stappenplan te geven wat te doen bij een besmetting. Daarom is het van belang dat er bij elke situatie maatwerk plaatsvindt. Hierbij willen wij u erop wijzen om uw verantwoordelijkheid te nemen. Naar de dieren, maar ook naar het publiek en uw personeel toe.