Lammerende dieren
Met Q-koorts besmette schapen en geiten die aflammeren kunnen grote hoeveelheden bacteriën uitscheiden. Bij dieren die aborteren (verwerpen) kunnen er zelfs nog meer bacteriën uitgescheiden worden. Het is belangrijk om hiermee rekening te houden, omdat er bij kinderboerderijen bezoekers op het bedrijf komen.
Voor en tijdens het lammeren
Het is voor bedrijven met een publieke functie verplicht om drachtige geiten en schapen vanaf vier maanden dracht tot twee weken na het lammeren afgezonderd te houden van bezoekers. Dit geldt voor alle drachtige geiten en schapen, gevaccineerd en niet gevaccineerd. Als er veel dieren drachtig zijn, kunnen deze ook gezamenlijk afgezonderd worden.
Zo vindt het lammeren/verwerpen niet plaats in het bijzijn van eventuele bezoekers, en kan het dier makkelijker in de gaten worden gehouden, zodat bijvoorbeeld aborteren/verwerpen snel opgemerkt wordt.
Aflammerstal
Gebruik hiervoor bij voorkeur een andere aparte ‘aflammerstal’, zodat er geen contact met andere dieren en bezoekers plaatsvindt. De houder moet de dieren op zodanige wijze binnen houden dat bezoekers geen toegang tot de afgesloten stal kunnen krijgen en contact tussen de dieren en het publiek niet mogelijk is. Dit betekent dat sprake moet zijn van een reële afsluiting van het publiek. Als dit niet mogelijk is, dan kan de stal ook gesloten worden voor bezoekers rond de lammerperiode.
Andere locatie
Wanneer een kinderboerderij niet de beschikking heeft over een dergelijke ruimte, zijn zij verplicht de drachtige geiten en schapen af te laten lammeren op een locatie zonder publieksfunctie. Indien op die andere locatie geen andere schapen of geiten worden gehouden, mogen de dieren twee weken na het lammeren weer terug worden vervoerd naar de kinderboerderij waarvan zij afkomstig waren. In andere gevallen mogen de dieren niet meer terug naar kinderboerderij waarvan zij afkomstig zijn, of naar een andere locatie met een publieksfunctie. Hiermee wordt het risico beperkt dat de Q-koorts bacterie zich verder kan verspreiden middels het contact tussen de dieren die op de andere locatie worden verzameld.
Bij het vervoeren van de drachtige dieren zijn de voorschriften van de Europese Transportverordening van toepassing. Dit betekent dat drachtige geiten of schapen waarvan de dracht voor meer dan 90% is verstreken, niet meer vervoerd mogen worden.
Het bezoekersverbod geldt niet voor bezoekers die voor hun werk bij de dieren moeten zijn, zoals de dierenarts. Houdt u, zeker als u bezoekers ontvangt, bij deze dieren aan het ‘vuile weg schone weg’ principe, zoals beschreven in de criteria voor Keurmerk Kinderboerderij. Bezoek de afgezonderde dieren aan het einde van uw (stal)ronde, en reinig uw handen en kleding als u in contact bent geweest met deze dieren. Houdt na het lammeren of aborteren het dier afgezonderd tot 14 dagen na het lammeren, in ieder geval tot de uitvloeiing verdwenen is.
Na het lammeren
Zorg dat er tijdens en na het lammeren geen contact is tussen bezoekers en geboortemateriaal. Verwijder nageboorten snel uit de stal (plaats hier bijvoorbeeld speciale goed afsluitbare lekdichte bakken of een kadaverton voor) en biedt deze ter destructie aan. Het ter destructie aanbieden van nageboorten is verplicht volgens Europese regelgeving.
Wij adviseren mensen die hulp bieden tijdens het aflammeren hygiënekleding, laarzen en handschoenen te dragen, en zich na afloop goed te wassen en hun kleding en schoeisel te wisselen. Zorg dat er bedrijfskleding (overall en laarzen) aanwezig is voor bijvoorbeeld de dierenarts die uw bedrijf bezoekt.
Abortus
Als een schaap of geit in het koppel aborteert is het nog belangrijker om bovenstaande adviezen te volgen. Wees extra voorzichtig met de dode vrucht en ander geboortemateriaal. Schakel uw dierenarts in om de oorzaak van het verwerpen te onderzoeken.
Mest en strooisel
Mest de aflammerstal uit (zie Mest en strooisel) en reinig en ontsmet zo mogelijk de ondergrond waar de abortus heeft plaatsgevonden goed of gebruik eventueel wegwerpmateriaal als ondergrond, zoals een plastic zeil. De a-koorts bacterie is resistent tegen veel bekende ontsmettingsmethoden. Hier vindt u meer over reiniging en ontsmetting.
Daarnaast adviseert de SKBN nog het volgende:
- Wijs (met name) zwangere vrouwen op de risico's die zij lopen bij een bezoek aan de lammeren
- Stel een 'handleiding bevallingen' op en overleg dit met uw personeel. Hieronder vindt u een voorbeeld.
