HomeNieuwsAgendaZoekenContact
SKBN6.png
Q-koorts
Q-koorts Journaal

Op kinderboerderijen en andere kleinschalige houderijen kunnen schapen en geiten, maar ook andere dieren, besmet zijn met de Q-koortsbacterie. Het verschil tussen deze houderijen en de grootschalige melkleverende bedrijven is het aantal dieren dat bij elkaar staat en dat dus tegelijkertijd aflammert of aborteert. Bij de kleinschalige houderij zijn er minder dieren die de Q-koortsbacterie uitscheiden.

Deskundigen geven aan dat deze bedrijven geen risico vormen voor omwonenden. Uit onderzoek blijkt dat de Q-koortsbacterie tot nog toe weinig wordt aangetroffen bij geiten en schapen op kinderboerderijen. Toch is er bij het bezoeken van een kinderboerderij waar met Q-koorts besmette geiten of schapen staan, altijd een klein risico op besmetting met de Q-koortsbacterie. Zolang het vaccinatiebeleid nog niet alle kleine herkauwers heeft kunnen bereiken, worden aanvullende hygiënemaatregelen genomen. Daarnaast zijn er een aantal verplichtingen vanuit het Ministerie van LNV die gelden voor bedrijven met een publieke functie (kinderboerderijen, zorgboerderijen en dierentuinen). De regeling geldt ook voor dierenweides, omdat ook deze een publieke functie hebben.

Verplicht:

Adviezen:


Verplichtingen

Meldingsplicht

Hobbydierhouders en dierhouders met een publieke functie hebben een meldplicht als zij afwijkingen constateren. Bijvoorbeeld een afwijkend aantal abortussen. Zij moeten dit melden bij de VWA en die doet vervolgens onderzoek. Vanwege het relatief lage aantal bevallingen op kinderboerderijen (ten opzichte van een commercieel bedrijf) is het verstandig om bij elke abortus contact op te nemen met de dierenarts om dit te laten onderzoeken in samenwerking met de GD.

Meer over meldplicht

Verplichte vaccinatie én verplichte registratie van vaccinatie

Voor alle kinderboerderijen geldt vanaf 2010 verplichte vaccinatie (en registratie ervan) > Lees verder 

Afzonderen van drachtige dieren vanaf 4 maanden dracht

Kinderboerderijen worden verplicht om alle drachtige geiten en schapen in quarantaine te plaatsen, zodanig dat de dieren volledig afgezonderd van het publiek worden opgestald en aflammeren. Wanneer een kinderboerderij niet de beschikking heeft over een dergelijke ruimte, zijn zij verplicht de drachtige geiten en schapen af te laten lammeren op een locatie zonder publieksfunctie. De verplichting geldt vanaf het moment waarop voor die dieren uiterlijk vanaf het moment waarop vier maanden van de dracht is verstreken tot twee weken na het lammeren. Dit geldt voor zowel de gevaccineerde als niet-gevaccineerde dieren!
 
Wanneer de dieren zijn vervoerd naar een locatie verwijderd van de kinderboerderij, mogen zij na het lammeren alleen terug worden vervoerd wanneer zij op een locatie hebben afgelammerd waar de dieren niet gemengd zijn geweest met andere schapen en geiten. De AID houdt toezicht op deze verplichting (link). Zie ook hygienemaatregelen.

Maatregelen afvoeren van geboortemateriaal

Verwijder nageboorten snel uit de stal (plaats hier bijvoorbeeld speciale goed afsluitbare lekdichte bakken of een kadaverton voor) en biedt deze ter destructie aan. Het ter destructie aanbieden van nageboorten is verplicht volgens Europese regelgeving. Zie ook hygienemaatregelen.

Bijhouden van data geboorte en dekking

Kinderboerderijen zijn verplicht om bij te houden wanneer de drachtige dieren gedekt of geïnsemineerd zijn. Ook moet bijgehouden worden wanneer de lammeren geboren worden.

Lokale maatregelen

Naast de genoemde maatregelen vanuit het Ministerie van LNV kunnen er ook plaatselijke maatregelen genomen worden. Zo kan de gemeente besluiten om bijvoorbeeld de kinderboerderij bij besmetting te sluiten, het laten toedienen van antibiotica, het informeren van bezoekers van bedrijven of een bezoekersverbod op te leggen. Dit wordt dan gedaan op grond van de wet publieke gezondheid. De gemeente mag echter niet zomaar besluiten om dieren af te laten voeren of in te laten slapen. De beslissing over het ruimen van dieren is een bevoegdheid die wettelijk uitsluitend aan de minister van LNV toekomt. 

Gelet op de gevolgen die het ruimen heeft voor de houder, zijn directe omgeving en de gemeente als geheel, is het echter wel van belang dat de lokale bestuurders betrokken zijn bij uitvoering van het ruimen.


Maatregelen

Hygiënemaatregelen

Voor kinderboerderijen en andere bedrijven met een publiekefunctie is een hygiëneprotocol opgesteld met algemene hygiëneadviezen. Dit protocol is erop gericht om risico's van overdracht van schapen en geiten naar mensen te beperken. Als een bepaald advies voor u niet haalbaar is, kijk dan samen met uw dierenarts hoe u hiermee het beste om kunt gaan. Dit geldt niet voor de verplichte maatregelen. > Lees verder.