Maatregelen en adviezen van het ministerie van LNV voor kinderboerderijen
Op kinderboerderijen en andere kleinschalige houderijen kunnen schapen en geiten, maar ook andere dieren, besmet zijn met de Q-koortsbacterie. Het verschil tussen deze houderijen en de grootschalige melkleverende bedrijven is het aantal dieren dat bij elkaar staat en dat dus tegelijkertijd aflammert of aborteert. Bij de kleinschalige houderij zijn er minder dieren die de Q-koortsbacterie uitscheiden.
Deskundigen geven aan dat deze bedrijven geen risico vormen voor omwonenden. Uit onderzoek blijkt dat de Q-koortsbacterie tot nog toe weinig wordt aangetroffen bij geiten en schapen op kinderboerderijen. Toch is er bij het bezoeken van een kinderboerderij waar met Q-koorts besmette geiten of schapen staan, altijd een klein risico op besmetting met de Q-koortsbacterie. Zolang het vaccinatiebeleid nog niet alle kleine herkauwers heeft kunnen bereiken, worden aanvullende hygiënemaatregelen genomen. Daarnaast zijn er een aantal verplichtingen vanuit het Ministerie van LNV die gelden voor bedrijven met een publieke functie (kinderboerderijen, zorgboerderijen en dierentuinen). De regeling geldt ook voor dierenweides, omdat ook deze een publieke functie hebben.
Verplicht:
- Meldingsplicht
- Vaccinatie
- Afzonderen van drachtige dieren vanaf 4 maanden dracht
- Maatregelen afvoeren van geboortemateriaal
- Bijhouden van data geboorte en dekking
- Eventueel: lokale maatregelen
Adviezen:
Verplichtingen
Meldingsplicht
Hobbydierhouders en dierhouders met een publieke functie hebben een meldplicht als zij afwijkingen constateren. Bijvoorbeeld een afwijkend aantal abortussen. Zij moeten dit melden bij de VWA en die doet vervolgens onderzoek. Vanwege het relatief lage aantal bevallingen op kinderboerderijen (ten opzichte van een commercieel bedrijf) is het verstandig om bij elke abortus contact op te nemen met de dierenarts om dit te laten onderzoeken in samenwerking met de GD.
Verplichte vaccinatie én verplichte registratie van vaccinatie
Afzonderen van drachtige dieren vanaf 4 maanden dracht
Maatregelen afvoeren van geboortemateriaal
Bijhouden van data geboorte en dekking
Lokale maatregelen
Naast de genoemde maatregelen vanuit het Ministerie van LNV kunnen er ook plaatselijke maatregelen genomen worden. Zo kan de gemeente besluiten om bijvoorbeeld de kinderboerderij bij besmetting te sluiten, het laten toedienen van antibiotica, het informeren van bezoekers van bedrijven of een bezoekersverbod op te leggen. Dit wordt dan gedaan op grond van de wet publieke gezondheid. De gemeente mag echter niet zomaar besluiten om dieren af te laten voeren of in te laten slapen. De beslissing over het ruimen van dieren is een bevoegdheid die wettelijk uitsluitend aan de minister van LNV toekomt.
Gelet op de gevolgen die het ruimen heeft voor de houder, zijn directe omgeving en de gemeente als geheel, is het echter wel van belang dat de lokale bestuurders betrokken zijn bij uitvoering van het ruimen.
Maatregelen
Hygiënemaatregelen
Voor kinderboerderijen en andere bedrijven met een publiekefunctie is een hygiëneprotocol opgesteld met algemene hygiëneadviezen. Dit protocol is erop gericht om risico's van overdracht van schapen en geiten naar mensen te beperken. Als een bepaald advies voor u niet haalbaar is, kijk dan samen met uw dierenarts hoe u hiermee het beste om kunt gaan. Dit geldt niet voor de verplichte maatregelen. > Lees verder.
